Urineweginfecties (verdenking van)

Vies ruikende of troebele urine alleen is geen aanwijzing voor urineweginfectie (UWI). Uitgangspunt van de behandeling is het welbevinden van de cliënt en niet de (na) controle van de urine. Veranderde urine productie en sterke concentratie (reuk en kleur) wijzen niet altijd op een UWI. Check hiervoor eerst de vocht/voeding intake. Indien de persoon geen klachten heeft en er wel vermoeden is op (of aanwijsbaar) een UWI hoeft niet meteen ingegrepen te worden. Dit om resistentie van antibiotica te voorkomen. Als er wel klachten zijn, ga dan eerst na of er (onlangs) een AB kuur gestart dan wel gestopt is. Er bestaat een kans dat deze kuur niet is aangeslagen.

Dit verandert de beoordeling op het (opnieuw) starten van een kuur. Urinekweek, wanneer eerdere behandeling van een UWI 2 maal heeft gefaald. Controle na afloop AB kuur is niet standaard, alleen op indicatie als de klachten nog aanwezig zijn. Indien de persoon een CAD of suprapubische katheter heeft en klachten heeft en verminderde urine productie, ga na of de CAD niet verstopt is en er blaasretentie is.

Indien de persoon DM is en er zijn klachten dan is er een kans dat er verstoorde bloedsuikers ontstaan. Het kan zijn dat de medicatie (tijdelijk) aangepast moet worden. Bloed in de urine of langs een CAD kan ook veroorzaakt worden door gruis in de urine of aanslag aan de CAD waardoor weefselbeschadiging ontstaan kan.

Delier is zowel bij somatische als ook demente (-rende) bewoners te herkennen; het gedragspatroon is zo veranderd dat er sprake is van een ander gedragspatroon dan gewoonlijk bij deze persoon.

In beide gevallen moet er ook aandacht aan besteed worden om geen nadelige gevolgen te laten ontstaan. (bijvoorbeeld valgevaar) Het wachten op het aanslaan van de AB kuur kan te lang duren om de delier te laten bestaan. Pijn is subjectief, zorg ook voor pijnmedicatie indien noodzakelijk. Verminderde intake kan ook door bijvoorbeeld slikproblemen ontstaan. Ga na wat de oorzaak van de verminderde vocht/voeding intake is, indien van toepassing. Check de gebruikte medicijnen bij het overwegen van een AB kuur; vanwege comorbiditeit worden er vaak meerdere medicijnen gebruikt welke elkaar kunnen beïnvloeden.

Aandachtspunten opvangen van urine

  • Bij verpleeghuisbewoners is het gebruikelijk de urine zonder hygiënische maatregelen op te vangen.
  • Verse urine die op kamer temperatuur bewaard wordt moet binnen 2 uur onderzocht worden.
  • Urine bewaard in de koelkast moet binnen 24 uur onderzocht worden.
  • Urine kan niet opgevangen worden in incontinentiemateriaal (bevat gelvormers, die de uitslag beïnvloeden).

Complicaties
UWI kan voor de cliënt secundaire gevolgen hebben onder andere bedlegerigheid en achteruitgang in de ADL. Nierbekkenontsteking en prostaatontsteking zijn de belangrijkste oorzaken van sepsis bij ouderen. De sepsis veroorzaakt door gramnegatieve bacteriën (b.v. E coli, Proteus, Pseudomonas) heeft een hoog sterfte percentage. Urosepsis gaat gepaard met hoge koorts en snelle pols, bij de geriatrische cliënt kan verwardheid het enige symptoom zijn.

Sluiten

Urineweginfecties worden verder onderverdeeld in ongecompliceerde en gecompliceerde urineweginfecties. In het eerste geval heeft de cliënt in principe een normale afweer en normale urinewegen. Bij gecompliceerde urineweginfecties heeft de cliënt functionele of anatomische afwijkingen aan de urinewegen en/of er zijn andere oorzaken van verminderde weerstand, zoals diabetes mellitus en stoornissen van het immuunapparaat. Het brede scala van symptomen kan variëren van frequente lozingsdrang, pijnlijke lozing, buikpijn, koorts, flankpijn, algehele malaise en tot zelfs levensbedreigende sepsis. De symptomen zijn verder afhankelijk van de leeftijd van de cliënt: Bij ouderen kan verwardheid, koorts en incontinentie (retentie) optreden.

  • koude rillingen, hoge koorts en snelle pols
  • koliekpijn onder in de rug
  • delier, verwardheid
  • cliënt is ziek of plotseling verward en heeft typische of atypische klachten die kunnen wijzen op een urineweginfectie
  • specifieke of aspecifieke klachten waarbij een urineweginfectie moet worden uitgesloten

Vragen

  1. Hoe ziek is de cliënt (rillingen, algemeen ziek zijn of zijn er atypische klachten zoals buikpijn, misselijkheid, onrust, verwardheid)
  2. Heeft cliënt pijnlijke of branderige mictie, toegenomen mictiefrequentie, loze aandrang, hematurie?
  3. Is incontinentie ontstaan of reeds bestaande incontinentie toegenomen? Geeft cliënt pijn in de rug, flank, perineum of onderbuik aan?
  4. Heeft cliënt eerder episodes met vergelijkbare klachten gehad?
  5. Wat is de bloeddruk, pols, temperatuur?
  6. Hoe is de normale vocht-voeding intake?
  7. Heeft cliënt een (suprabusiche) katheter? Zijn hier problemen mee op dit moment? Wanneer voor het laatst gewisseld?
  8. Wat is de medische voorgeschiedenis en comorbiditeit? (diabetes mellitus, recidiverende urineweginfecties, nier- en/of urinewegziekten)
  9. Welke medicijnen gebruikt cliënt? (antibiotica gestart of gestopt)
  10. Wat zijn de afspraken voor medische behandeling?

Advies

  1. Controle temperatuur.
  2. Veel drinken: streven naar 2 liter per dag.
  3. Vochtintakelijst bijhouden.
  4. Bij diabetes mellitus bloedsuikercontrole.
  5. Bij katheter controle doorgankelijkheid en datum wissel.
  6. Bij verwardheid: bladderscan; urineretentie > 200 ml of > 300 cc retentie na uitplassen éénmalig katheteriseren.
  7. Urine opvangen voor sticken. Indien positief op leuco’s en nitriet overleg arts over antibiotica.
  8. Bij CAD of suprapubische katheter urine opvangen uit de slang en in overleg met arts inzenden voor kweek. Urinesticken heeft geen zin bij katheter.
  9. Na starten antibiotica bij aanwezigheid van katheter volgende dag katheter wisselen.

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap