Obstipatie

Onder obstipatie wordt verstaan: verminderde frequentie en/of hardere consistentie van de ontlasting dan gewoonlijk. Het normale ontlastingspatroon is bij iedereen verschillend. 1 à 3 maal per dag is normaal, maar ook 3 maal per week.

Er is sprake van obstipatie bij volwassenen wanneer tenminste twee van de volgende symptomen aanwezig zijn:

  • defecatiepatroon ≤2 per week;
  • hard persen tijdens defecatie;
  • harde en / of keutelige defecatie
  • manueel verwijderen van ontlasting is noodzakelijk.

Er kunnen verschillende oorzaken zijn:

  • obstipatie door een onderliggende somatische oorzaak
  • (obstructie door ileus of maligniteit, medicatie, organische oorzaak);
  • obstipatie zonder onderliggend somatische oorzaak (functionele obstipatie).

Obstipatie komt voor bij:

  • 10% van de gezonde bevolking
  • 37% van cliënten met kanker in de palliatieve fase
  • 37% van cliënten met hartfalen
  • 36% van cliënten met COPD

Obstipatie kan leiden tot urine-incontinentie. Wanneer een cliënt ineens urine- incontinent is kan dit een signaal voor obstipatie zijn. Obstipatie als tijdelijke afwijking van het normale ontlastingspatroon, kan meestal geen kwaad. Laxeermiddelen maken de darmen lui en verergeren op den duur juist de klachten en dienen daarom niet chronisch te worden gebruikt.

Verstopping kan ontstaan om verschillende redenen:

  • Te weinig vezels in de voeding; vezels houden vocht vast en maken de ontlasting zacht.
  • Te weinig vochtinname. Om vezels effectief te laten zijn is veel vocht nodig.
  • Te weinig lichaamsbeweging, bijvoorbeeld bedlegerigheid, rolstoelgebruik maar ook verminderde spierkracht.
  • Bijwerkingen van een aantal groepen medicijnen als: opioiden (morfine, codeïne,tramadol) sedativa (diazepam, Rivotril, frisium) sterk werkende diuretica(furosemide, bumetanide) ijzerpreparaten (ferugradumet, ferrofumaraat), antipsychotica, antidepressiva, anti-Parkinsonmiddelen, maag-darm middelen(omeprazol) en anti-epileptica (gabapentine, pregabaline, lamotrigine)
  • Spanningen of druk bezig zijn, waardoor men te lang wacht met naar het toilet te gaan.
  • Lichamelijke oorzaken zoals afwijkingen in het maag-darmkanaal (vernauwing, ontsteking, neurologische aandoeningen (Parkinson, CVA, Syndroom van Down), psychiatrische aandoeningen (psychose, depressie, anorexia nervosa, seksueel misbruik) en metabole afwijkingen (diabetes mellitus, hypothyreoïdie).
  • De momenten van aandrang komen niet overeen met toiletrondes.
  • Soms hebben mensen al vanaf hun geboorte last van obstipatie, zonder duidelijke oorzaak. Er kan ook sprake zijn van een chronische darmziekte. Ook bij aandoeningen van de schildklier, lupus erythematodes, taaislijmziekte, spastisch colon en diabetes mellitus kan zij optreden.

Sluiten

De toestand waarin iemands stoelgang een verandering ondergaat, gekenmerkt door een verminderde frequentie van ontlasting en/of harde ontlasting. De meest frequente oorzaken zijn: verkeerde leef- en eetgewoontes, vezelarme voeding, onvoldoende drinken, te weinig lichaamsbeweging en medicatie.

  • Fecaal braken
  • bij hevige buikpijn (plankhard met druk/loslaat pijn)
  • rectaal bloedverlies dat aanhoudt /stolsels / grote hoeveelheid
  • ernstig ziek
  • rectaal bloedverlies dat aanhoudt
  • vermagering en verminderde eetlust
  • bloed of slijm bij ontlasting
  • afwisselend diarree en obstipatie
  • chronische darmaandoening
  • obstipatie door medicatiegebruik

Vragen

  1. Hoeveel dagen was er geen ontlasting?
  2. Hoe zag de laatste ontlasting er uit en was er sprake van bloed/slijm bijmenging?
  3. Hoe is het normale patroon?
  4. Hoe vindt de stoelgang plaats (toilet, stoel of bed, incontinentie)?
  5. Heeft cliënt andere klachten (verminderde eetlust of gewichtsverlies, afwisselend obstipatie en diarree, overgeven, buikpijn, koorts, verwardheid)?
  6. Voelt cliënt zich ziek?
  7. Gebruikt cliënt medicijnen (laxantia, ijzersuppletie, pijnstillers met name opiaten, verapamil, cystostica, maagzuurremmers, diuretica)?
  8. Hoe is de vocht-voedingsintake van cliënt?
  9. Heeft cliënt koorts, pijn, verhoogde bloeddruk, etc.

Advies

  1. Cliënt stimuleren voldoende vocht tot zich te nemen; vochtlijst bijhouden (2l /dag).
  2. Cliënt stimuleren tot het eten van adequate voeding (vezelrijk /pruimen).
  3. Glas lauw water drinken of pruimen eten op de nuchtere maag.
  4. Warme dranken drinken (cafeïne).
  5. Stimuleren tot mobiliteit (ook in bed oefeningen).
  6. Bekijk met cliënt onder welke condities/omstandigheden hij gewend is gemakkelijk te defeceren.
  7. Bij harde ontlasting in rectum eventueel manueel verwijderen.
  8. Microlax geven door VPK⁴ indien 3 dagen of meer geen defecatie .
  9. Klysma geven altijd na overleg met arts.
  10. Defecatielijst bijhouden.
  11. Op arts agenda plaatsen.

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap