Heupfractuur (verdenking van)

Bij een heupfractuur is de hals van het dijbeen of het bovenste deel van de femurschacht gebroken. Pijn, zwelling, abnormale bewegelijkheid of geen bewegelijkheid, samen met een beenlengteverschil zijn de belangrijkste verschijnselen. De voet aan de aangedane zijde ligt meer naar buiten gedraaid (exorotatie).

Over het algemeen is een heupfractuur goed te behandelen. Alleen bij oudere mensen kan het genezen en revalideren problemen veroorzaken door vertraagde botgenezing (consolidatie), met name bij osteoporose en er kunnen complicaties ontstaan als gevolg van de operatie en/of de immobiliteit zoals longontsteking en trombosebeen. De mortaliteit bij de geriatrische cliënt met heupfractuur is hoog. Door geweld van buitenaf, een val of een verslechterde botconditie, botontkalking kan het bovenbeen breken.

Operatie
Een heupfractuur wordt meestal operatief behandeld ook als de prognose voor wat betreft het weer kunnen lopen na operatie slecht is. Reden hiervoor is de hevige pijn en daarmee samenhangend de zeer slechte verpleegbaarheid bij niet opereren. Door middel van pennen en schroeven worden de losse stukken vastgezet. Als het bot kwalitatief te slecht is, wordt er gekozen voor een kop/halsprothese. Deze prothese vervangt de kop van het bovenbeen. Indien ook de kom slecht is (bijv. bij artrose) wordt deze ook vervangen (THP=totale heupprothese).

Geen operatie
Indien er besloten wordt om niet te opereren (bijv. vanwege te hoge risico’s bij operatie) is bedrust met adequate pijnstilling (meestal opiaten) en tractie met behulp van een gewicht het alternatief.
De prognose is dan heel slecht, meestal overlijdt de cliënt aan complicaties (infecties, decubitus etc.) of bijwerkingen van de pijnstilling Een heupbreuk komt relatief vaak voor bij oudere mensen, vaker bij vrouwen dan bij mannen. Na de polsfractuur is het de meest voorkomende botbreuk.

Differentiaaldiagnose
Een heupfractuur is soms moeilijk te onderscheiden van een bekkenfractuur (fractuur van de bovenste en/of onderste tak van het os pubis =schaambeen), waarbij ook hevige rust- en drukpijn in de lies aangegeven wordt. Daarom dient bij twijfel altijd nadere diagnostiek (met name X-fot’s) verricht te worden.

Geïnclaveerde collumfractuur
In sommige gevallen is er sprake van dat de fractuurdelen in elkaar zijn geschoven en dat er dan toch voldoende stabiliteit is om te kunnen belasten. Een afwachtend beleid kan dan op zijn plaats zijn. Zo’n geïnclaveerde fractuur kan enkele dagen tot soms zelfs enkele weken later toch alsnog afglijden waarbij de cliënt per acuut hevige pijn krijgt met alle symptomen van een “verse” fractuur.

Complicaties
Bij bejaarde cliënten: decubitus (doorligplekken), urineweginfecties, Luchtweginfecties, embolieën en andere met operatie en immobilisering gepaard gaande problemen, uitbreken van het osteosynthese materiaal, doorbreken van de schroef in het gewricht, pseudo-artrose en/of femurkopnecrose (een niet genezende breuk of afsterven van de dijbeenkop, persistentie van pijn, vaak musculogeen (spiergebonden).

Knieklachten ten gevolge van het opspannen op de tractietafel, onvoldoende functie. Meestal herwinnen bejaarden niet hun volledige functie, sterke achteruitgang, geestelijk en lichamelijk door de vaak lange opnames.

Sluiten

Bij een heupfractuur is de hals van het bovenbeen gebroken. Dit is het bovenste deel van het bovenbeen. Pijn, zwelling, beperkte beweeglijkheid of niet kunnen belasten, samen met een been- lengteverschil zijn de belangrijkste verschijnselen. De voet aan de aangedane zijde ligt meer naar buiten gedraaid.

  • bewusteloosheid of andere neurologische verschijnselen
  • indien er sprake is van een femurschachtfractuur (bovenbeenfractuur, stand verandering in het midden van het bovenbeen) en/of indien het bovenbeen dik en extreem pijnlijk is/wordt
  • indien trauma veroorzaakt is door ander onderliggend lijden hetgeen acute behandeling behoeft (b.v. niet-corrigeerbare hypoglykemie)
  • bij dalende tensie en stijgende pols (shock)
  • altijd overleg arts bij verdenking heupfractuur voor verder beleid
  • herbeoordeling bij verdenking fractuur

Vragen

  1. Wat is de oorzaak van het trauma; wat is er precies gebeurd?
  2. Is cliënt bij bewustzijn en aanspreekbaar?
  3. Wat is de bloeddruk, pols?
  4. Zijn er pijnklachten en zo ja, wat is de lokalisatie?
  5. Is het been verkort en/of in exorotatie?
  6. Is verkorting mogelijk al bekend bij cliënt voor het trauma?
  7. Kan cliënt benen bewegen/optillen/naar zich toe buigen/naar buiten toe draaien? Is er links / rechts verschil?
  8. Is er nog ander letsel (ribben/rug/huid/hoofd)?
  9. Zijn er neurologische uitvalsverschijnselen?
  10. Heeft cliënt eerder een heup of pols/wervel gebroken?
  11. Wat is de medische voorgeschiedenis en comorbiditeit (b.v. osteoporose)?
  12. Gebruikt cliënt medicijnen zo ja, welke (antistolling)?
  13. Hoe was mobiliteit voor het trauma?
  14. Wat zijn de beleidsafspraken met betrekking tot wel/niet opereren en ziekenhuis opname?

Advies

  1. Laat cliënt liggen, eventueel met kussen en deken. Na overleg arts kan cliënt opgetild worden.
  2. Bij gebruik van tillift aangedane zijde maximaal ondersteunen door 1 of meerdere personen.
  3. Controle elk uur van pols, tensie.
  4. Cliënt heeft tot nader order bedrust, op geleidde van pijn.
  5. Transfers in bed bij voorkeur door twee personen. Draai cliënt indien nodig op aangedane zijde met een kussen tussen de benen ter hoogte van de knieën.
  6. Gebruik plasschuitje of incontinentiemateriaal voor toiletgang.
  7. Fixeer been aangedane zijde met beenlade of kussens.
  8. Geef na overleg arts pijnstilling.
  9. Laat MIC-formulier invullen.
  10. In dossier rapporteren: datum, tijd, plaats, vermoedelijke oorzaak, aanwezigheid van andere mensen.

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap