Gedrag (veranderd)

Met vreemd of verward gedrag wordt bedoeld: gedrag afwijkend van iemands normaal gedrag. De term dekt een scala aan toestanden die het gevolg kunnen zijn van een delier, beginnende dementie, psychose en schizofrenie, intoxicaties van drugs, medicatie of alcohol, ontregeling diabetes of een hersenaandoening.

Klik hier voor de Zorgwijzer ‘Gedragsveranderingen’.

Sluiten

Veranderd gedrag is gedrag die afwijkend is van iemands normale gedrag. De term dekt een scala aan toestanden die het gevolg kunnen zijn van plotseling optreden van fluctuerende verstoringen van bewustzijn, aandacht, waarneming, geheugen, oriëntatie- vermogen, denken, slaapwaakritme en psychomotorisch gedrag.

  • ademnood, bewustzijnsdaling of shock
  • gewelddadig of bedreigend gedrag
  • suïcidaliteit of uitingen hiervan
  • niet te stoppen agressie
  • overdosis drugs of intoxicatie medicijnen
  • bij niet-corrigeerbare hypoglykemie
  • onrust en verwardheid die nooit eerder is gesignaleerd
  • onrust en verwardheid die na interventie blijft bestaan
  • onoplosbare katheterproblemen
  • toenemende pijnklachten, ziek zijn
  • wanen en hallucinaties (achterdocht), angst
  • niet van toepassing

Vragen

  1. Wat voor gedrag vertoont cliënt?
  2. Is bewustzijn verlaagd? Zo ja, zie protocol bewustzijnsverandering.
  3. Hoe en wanneer is het begonnen en hoe is het verloop (acuut, langzaam, gevolgd na een gebeurtenis)?
  4. Wat is de bloeddruk, pols en temperatuur?
  5. Heeft cliënt een psychiatrische voorgeschiedenis?
  6. Heeft cliënt diabetes mellitus? Zo ja, wat is de bloedsuikerwaarde?
  7. Heeft cliënt mictieproblemen (CAD, UWI, anurie)?
  8. Heeft cliënt defecatieproblemen (obstipatie, diarree, buikklachten)?
  9. Heeft cliënt een dementieel syndroom?
  10. Is er sprake van hallucinaties/wanen/angst?
  11. Is cliënt agressief, dreigend naar anderen of zichzelf toe?
  12. Heeft cliënt pijn of andere klachten?
  13. Welke medicatie gebruikt cliënt? Zijn er wijzigingen geweest?
  14. Hoe is de vocht- en voedingsintake (dehydratie)?
  15. Heeft cliënt alcohol en/of drugs/medicijnen gebruikt?
  16. Wat is er tot nu toe geprobeerd om het gedrag te beïnvloeden?

Advies

  1. Neem beschermende maatregelen voor (mede)cliënt(en) en/of personeel indien er sprake is van acute dreiging.
  2. Bepaal bij cliënten met diabetes mellitus de bloedsuikerwaarde.
  3. Bij verdenkingurineweginfectie: urine opvangen en sticken.
  4. Beoordeel buik op mogelijke obstipatieklachten (bol, defecatielijst) of blaasretentie (bladderscan of katheteriseren).
  5. Controleer of de juiste medicatie, op het juiste tijdstip en juiste dosis is gegeven.
  6. Controleer huidturgor en slijmvliezen en mictie/defecatiepatroon. (dehydratie?)
  7. Bekijk of een specifieke benadering eerder succesvol is gebleken.
  8. Pas een levensgerichte benadering toe in een rustige prikkelarme omgeving; laat eventueel een ‘vreemd gezicht’ de cliënt benaderen of specifiek een man of vrouw.
  9. Bij verdenking delier vul DOS-lijst in (Delier Observation Scale).

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap