Epileptisch insult

Epilepsie is een plotselinge, overmatige, ongeordende elektrische ontlading van de hersencellen. Het gevolg hiervan is een epileptische aanval. Epilepsie kan het gevolg zijn van hersenletsel (aangeboren of verworven),een hersentumor, CVA, dementie of een infectie/ontsteking. Bij een kwart van de gevallen wordt er geen oorzaak gevonden (idiopathische aanvallen.) Een aanval kan ook plaats vinden zonder dat er sprake is van een ongecontroleerde ontlading van de hersencellen. In dat geval is er geen sprake van epilepsie. Onderscheid is vaak alleen met een EEG te bepalen.

Epilepsie komt voor op alle leeftijden en de aanvallen verschillen van persoon tot persoon. Men spreekt van epilepsie als er zich in één jaar minstens twee aanvallen voordoen. Afhankelijk van de plaats van ontlading in de hersenen en van de hoeveelheid hersencellen dat erbij betrokken is, zijn er twee groepen aanvallen te onderscheiden:

1. Partiële aanvallen:
Alleen een bepaald deel of bepaalde delen van de hersenen zijn bij de aanval betrokken. Dit uit zich in absences of trekkingen van bepaalde spiergroepen. Het bewustzijn kan nog intact zijn, of verminderd, maar ook geheel afwezig. De cliënt kan zich van deze periode niets herinneren.
Een aanval kan partieel beginnen en overgaan in een gegeneraliseerde aanval. In dat geval is de aanval secundair gegeneraliseerd.

2. Gegeneraliseerde aanvallen:
Hierbij zijn grote delen van de linker- en rechterhersenhelft betrokken. Dit uit zich bijvoorbeeld in een tonisch/clonische insulten met trekkingen van alle ledematen. Bij gegeneraliseerde aanvallen is er altijd sprake van een bewustzijnsstoornis.
Bepaalde factoren kunnen van invloed zijn op het ontstaan en optreden van een epileptische aanval, zgn. uitlokkende factoren. Denk hierbij aan het niet (tijdig) innemen van anti-epileptica, koorts/infectie, plotseling veranderende omstandigheden (spanning/ontspanning) stress, lichtflitsprikkelingen, slaaptekort/uitputting, gebruik van alcohol en menstruatie (hormonale wisselingen).

Klik hier voor nog meer info.

Sluiten

Epilepsie komt voor bij alle leeftijden. Epilepsie kan het gevolg zijn van een hersentumor, CVA, dementie, infectie of hersenletsel (aangeboren of verworven). Aanvallen kunnen diverse vormen aannemen, afhankelijk van de plaats van ontlading in de hersenen en van het aantal hersencellen dat hierbij betrokken is. Er worden twee hoofdgroepen onderscheiden:

  1. Partiële aanvallen: (plaatsgebonden) alleen een bepaald deel of bepaalde delen van de hersenen zijn hierbij betrokken. Het bewustzijn is soms nog intact, soms verminderd en soms helemaal afwezig.
  2. Gegeneraliseerde aanvallen: (niet-plaatsgebonden) hierbij zijn grote delen van de zenuwcellen van de rechter- en de linkerhersenhelft betrokken. Iemand met een dergelijke aanval is volledig buiten bewustzijn.
  • status epilepticus (opeenvolgen van aanvallen niet reagerend op medicatie)
  • blijvende bewusteloosheid
  • niet corrigeerbare hypoglycemie
  • ernstig letsel ten gevolge van epileptische aanval (botbreuk, verwondingen)
  • onvoldoende effect op interventiemedicatie
  • instelling en/of spiegelbepaling anti-epileptica
  • behandeling uitlokkende factor insult (koorts, infectie, hypoglykemie)

Vragen

  1. Is cliënt bekend met epilepsie of is dit een nieuwe stoornis?
  2. Is cliënt diabeet? Zo ja, wat is de bloedsuikerwaarde?
  3. Hoelang is aanval bezig?
  4. Wat is mogelijk de uitlokkende factor van de aanval (medicatie niet)
  5. Genomen, koorts, plotseling veranderde omstandigheden, stress)?
  6. Is er sprake van letsel ten gevolge van val?
  7. Is er zo nodig medicatie (Stesolid, Rivotril) afgesproken om aanval te stoppen?

Advies

  1. 1. Voorkom letsel bij cliënt gedurende de aanval; neem beschermende maatregelen voor hoofd en ledematen.
  2. Houdt schudkrampen niet tegen en laat cliënt liggen waar hij ligt mits geen gevaar voor zichzelf.
  3. Stop niets tussen de tanden en probeer geen gebitsprothese te verwijderen tijdens een aanval.
  4. Houd de tijd bij gedurende de aanval (duur normale aanval niet langer dan 5 minuten).
  5. Geef een rectiole Stesolid 10 mg of medicatie die is voorgeschreven door arts.
  6. Houd de tijd bij nadat je interventie medicatie hebt gegeven (moet na 10 minuten effect hebben) eventueel volgens afspraak nog een keer herhalen.
  7. Indien geen effect of onvoldoende effect dan direct arts waarschuwen.
  8. Geef geen drinken of eten tijdens en kort na de aanval.
  9. Leg cliënt na de aanval op bed en laat hem uitrusten.
  10. Voer na een insult de controles uit (bij diabeet inclusief bloedsuikercontrole).

Een gegeneraliseerde aanval kent 3 fasen:

  1. Tonische fase, ledematen zijn stijf, ogen dicht, gelaat is cyanotisch en cliënt is volledig buiten bewustzijn en soms incontinent.
  2. Clonische fase, er zijn trekkingen van ledematen, hoofd en romp.
  3. Posticale stupor, cliënt ligt stil, is niet aanspreekbaar en verliest speeksel. De heteroanamnese is erg belangrijk!

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap