Delier

Een delier is een plotseling optredende ernstige verwardheid. De mate van verwardheid is het ene moment erger dan het andere. Vaak is de verwardheid maar tijdelijk. Het komt vooral voor bij ouderen. Iemand met een delier heeft steun en begrip nodig van zijn of haar omgeving
Er is waarschijnlijk sprake van een delier:

  • als de cliënt cognitieve stoornissen of hallucinaties heeft
  • als de stoornis in korte tijd ontstaat (uren, dagen)
  • als de cliënt wisselend adequaat is

Wat zijn de verschijnselen?
Iemand met een delier gedraagt zich anders dan u gewend bent. Hij is verward en praat vaak onsamenhangend. Een gesprek is daarom moeilijk te voeren. Iemand met een delier verliest de greep op de werkelijkheid. Hij heeft geen vat meer op zichzelf of de omgeving.
Het delier kan zich op verschillende manieren uiten:

  • onrustig (hyperactief):hierbij is de persoon opgewonden. Hij is niet helder en reageert niet normaal op zijn omgeving. Hij heeft gedachten die niet kloppen (wanen). Hij ziet, hoort of ruikt dingen die er niet zijn (hallucinaties) en kan hierdoor in paniek raken. Hij wordt achterdochtig, schrikachtig, kwaad of agressief. Hij is vaak zeer lastig voor de omgeving
  • apathisch (hypoactief):hierbij is de persoon stil, trekt zich terug, en reageert niet of niet normaal op zijn omgeving. Door wanen en hallucinaties kan iemand zo angstig worden dat hij niets meer durft te zeggen of te doen
  • gemengd:hierbij komen beide uitingsvormen voor. Iemand is bijvoorbeeld overdag heel rustig en teruggetrokken, maar raakt in paniek zodra het donker wordt en is dan moeilijk te kalmeren.

Hoe ontstaat het?
Allerlei situaties kunnen die aanleiding zijn voor een delier:

  • Ziektenmaken iemand extra kwetsbaar voor het krijgen van een delier: bijvoorbeeld een urineweginfectie, luchtweginfectie, ontregelde Diabetes Mellitus, schildklieraandoening, hartinfarct, urineretentie, obstipatie, ondervoeding en slaapgebrek
  • Een operatie, zelfs een kleine, kan zo ingrijpend zijn dat een ouder iemand daardoor een delier krijgt. Ook de narcose kan een rol spelen bij het ontstaan van een delier.
  • Een ongeval,bijvoorbeeld een heupfractuur, kan aanleiding zijn voor een delier. Het gaat dus niet alleen om ongevallen met een hersenschudding of hoofdletsel
  • Handicapsals slechtziendheid of slechthorendheid kunnen zo belastend zijn dat een delier ontstaat
  • Medicijnendie een delier kunnen veroorzaken, zijn bijvoorbeeld: plaspillen, middelen tegen de ziekte van Parkinson, antidepressiva, medicijnen tegen hartritmestoornissen, medicijnen tegen allergie, medicijnen tegen misselijkheid en medicijnen met bijnierschorshormoon (prednison)
  • Stoppen met alcohol of kalmeringsmiddelen: als iemand gewend is aan overmatig gebruik van alcohol of kalmeringsmiddelen (benzodiazepinen) en daar abrupt mee stopt, kan een delier ontstaan.

Medicijnen
Als de oorzaak van het delier kan worden weggenomen, zijn medicijnen tegen een delier niet of slechts kort nodig. Soms kan iemand zo in de war of zo angstig zijn dat haloperidol wordt voorgeschreven.
Dit middel werkt vaak goed tegen verwardheid. Soms worden benzodiazepinen voorgeschreven om de cliënt tijdelijk te kalmeren. LET WEL: altijd medicatie verstrekken volgens voorschrift van de arts.
Informeer de familie
Ze weten vaak niet hoe ze moeten reageren. Het is goed als familieleden en verzorgers zich realiseren dat iemand met een delier ziek is en zich niet anders kan gedragen dan hij doet, al lijkt het soms of de cliënt zijn best niet doet. Instrueer over de benaderingswijze. Geef de familie een folder mee over Delier.

Info Zorgboog  Info Catharina ziekenhuis

Omgeving
Het is belangrijk om te weten dat iemand met een delier zich in de eigen vertrouwde (woon)omgeving het veiligst voelt. Dit geeft minder aanleiding voor angst en paniek. Bied steeds herkenningspunten uit de werkelijkheid aan, zoals een klok, een kalender en foto’s. Zorg voor goede verlichting (overdag gordijnen open, ‘s nachts bedlampje of sluimerverlichting).

Contact
Zorg voor rust. Spreek in korte, eenvoudige zinnen en stel korte, eenvoudige vragen. Vertel regelmatig welke dag het is, hoe laat het is, wie je bent en waar de cliënt is. Laat iemand met een delier zo min mogelijk alleen; zorg dat er steeds vertrouwde (liefst rustige) familieleden, vrienden of buren aanwezig zijn. Beperk het aantal aanwezigen wel tot een maximum. Zorg dat een eventuele bril of een gehoorapparaat echt gebruikt wordt en ook op de juiste manier.

Als iemand bang is voor dingen die hij denkt te voelen of te zien (die je zelf niet voelt of ziet), toon dan begrip en zeg niet dat het onzin is. Ga geen discussie aan, maar leg voorzichtig uit hoe jij de werkelijkheid ziet. Wek geen achterdocht door te fluisteren of kamers op slot te doen.

Wanen en Hallucinaties.
Niet diep ingaan op de inhoud van de waan/hallucinatie Toon begrip voor de angst die de cliënt ervaart . Ontken noch bevestig de inhoud van de waan/hallucinatie. Wees kalm en geruststellend. Prikkeldosering, zorg ervoor dat er niet teveel personen rondom de cliënt zijn. Reduceer lawaai en onverwachte geluiden.

DELIRIUM OBSERVATIE SCREENING (DOS) SCHAAL
Kenmerkend voor het delirium zijn het snelle ontstaan en de wisseling van de symptomen. De Delirium Observatie Screening Schaal bevat 13 observaties van gedrag (verbaal en non-verbaal) die de symptomen van het delirium weergeven. Deze observaties kunnen gedaan worden tijdens reguliere contacten met de cliënt. Om het delirium goed te herkennen is het van belang om per dienst de observatie van het gedrag vast te leggen.

Delier-o-meter
Om de ernst van het delier in te schatten kan met gebruik maken van deze beoordelingsschaal. Hiermee kan het beloop of het effect van een interventie in kaart worden gebracht. De schaal levert niet de diagnose op.

Sluiten

Een delier is een vrij plotseling optredende verwardheidstoestand die erg kan wisselen over de dag en de nacht. Belangrijkste symptomen zijn: wisselend bewustzijn, desoriëntatie, incoherent denken en hallucinaties. De meest voorkomende oorzaak van een delier is een infectie, medische ingreep c.q. ongeval of door medicijnen of ten gevolge van ontregeling chronische aandoening. Een delier kan in verschillende vormen voorkomen:

  • Onrustig (hyperactief) met of zonder hallucinaties
  • Apathisch (hypoactief)stil
  • Gemengd
  • als cliënt erg onrustig is en dreigt zichzelf of anderen schade toe te brengen
  • er sprake is van verontrustende hallucinaties of wanen (weglopen, suïcidaal)
  • als een bekende behandelde delier verandert of verergert
  • koorts en algeheel ziek zijn
  • verdenking onthoudingsdelier
  • niet van toepassing

Vragen

  1. Heeft cliënt wisselend bewustzijn of aandachtsproblemen?
  2. Is er sprake van onlogisch, incoherent denken of onsamenhangend spreken?
  3. Is er sprake van geheugenstoornis?
  4. Is de cliënt gedesoriënteerd in tijd plaats of persoon?
  5. Heeft de cliënt last van wanen en/of hallucinaties en zijn deze beangstigend of verontrustend?
  6. Is er sprake van onrust of juist apathie?
  7. Zijn er symptomen die op een infectie wijzen (koorts, hoesten, dyspnoe, pijnlijke frequente mictie)?
  8. Is er recent een medicatiewijziging geweest?
  9. Heeft cliënt recent een trauma of medische ingreep gehad?
  10. Zijn er aanwijzingen voor urineretentie of obstipatie?
  11. Is er sprake van alcohol, drugs of nicotine onttrekking?
  12. Heeft cliënt slaaptekort, is er sprake van uitputting?
  13. Kan er sprake zijn van onvoldoende vocht en voedingsintake?
  14. Heeft de cliënt een visus- of gehoorprobleem?
  15. Wat zijn de controles RR, pols, AF, temp, op indicatie glucose?

Advies

  1. Communicatie- en verzorgingsaspecten: herkenningspunten bieden;
    • Klok, kalender, foto’s;
    • Rustige, vertrouwde omgeving creëren: prikkeldosering;
    • Continue nachtlampje;
    • Gebruik bril en gehoorapparaat;
    • Begrip tonen voor angst;
    • Niet meegaan in waanideeën;
    • Voldoende vochtinname;
    • Adequate voeding;
    • Bij voorkeur geen vrijheidsbeperkende maatregelen.
  2. Veiligheid: bed en bedhekken in de laagste stand in overleg met arts en verwijder gevaarlijke voorwerpen frequente controle bij cliënt.
  3. Verdenking urineretentie; bladderscan verrichten of éénmalig katheteriseren in overleg met arts.
  4. Observatielijst delier in laten vullen (DOS).

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap