Buikpijn

Buikpijn
Pijn kan veel oorzaken hebben. Over het algemeen genomen is de oorzaak van de buikpijn niet ernstig. De plaats en de ernst van de pijn kunnen veel zeggen over de oorzaak, maar het blijft lastig om met zekerheid een diagnose te kunnen stellen. Zeker bij mensen met een verstandelijke beperking is het erg lastig om er achter te komen of de cliënt echt buikpijn heeft of dat er andere klachten zijn. Daarom is het belangrijk ook andere klachten uit te sluiten. Denk bijvoorbeeld aan oorklachten, hoofdpijn of veranderingen in omgeving. Bovendien ontbreekt de “klassieke” symptomatologie van veel ziektebeelden vaak bij mensen met een verstandelijke beperking. Vaak heeft men bij buikpijn last van de maag of darmen, maar ook de buikspieren, de galblaas, de pancreas, de appendix, de blaas, de baarmoeder, eierstokken, eileiders, de urineleiders, het peritoneum, de lever, de milt en sommige grote bloedvaten kunnen aanleiding geven tot buikpijn. Het is daarom van belang dat de aard, de intensiteit en de lokalisatie van de pijn zo nauwkeurig mogelijk omschreven worden, en dat ook gericht gevraagd wordt naar begeleidende verschijnselen. De behandeling is uiteindelijk afhankelijk van de oorzaak, de aard en de ernst van de pijn.

Ingewandenstoornissen
Een krampachtige pijn door de hele buik heen heeft vaak te maken met de spijsvertering, denk aan iets verkeerds gegeten, te snel gegeten of voedselvergiftiging. Diverse ingewandsstoornissen die buikpijn veroorzaken worden veroorzaakt door buikgriep met diarree.

Dunne darm
Pijn rond de navel kan wijzen op problemen in de dunne darm.

Hart
Pijn net onder de ribbenboog heeft veelal te maken met de maag, maar kan ook afkomstig zijn van het hart.

Galstenen
Een koliekpijn rechtsboven in de buik, soms met uitstraling naar het schouderblad wordt vaak veroorzaakt door galstenen.

Lever
Pijn in het rechter bovenkwadrant kan duiden op hepatitis en andere aandoeningen van de lever, soms pancreas.

Maagklachten
Een brandende pijn boven in het midden van de buik kan komen door maagproblemen zoals een gastritis of een maagzweer (ulcus duodeni/ventriculi).

Blindedarmontsteking
Een zeurende pijn rechtsonder kan wijzen op een blindedarmontsteking, problemen met de dikke darm of bij vrouwen de ovaria.

Blaasontsteking
Pijn in de onderbuik, eventueel ook in de rug treedt op bij een blaasontsteking. Als pijn door een blaasontsteking aanhoudt kan de ontsteking zich uitbreiden tot andere infecties in de buikholte tenzij deze behandeld wordt.

Prikkeling van het buikvlies
Dit kan bijvoorbeeld door een ontsteking (aan 1 of meerdere buikorganen) of een maligniteit komen. Peritoneale prikkeling leidt vaak tot een plankharde buik (defense musculaire), hoewel dit bij ouderen vaak minder uitgesproken is.

Langdurige obstipatie
Leidt tot een verstoorde darmpassage, verstoorde spijsvertering, paradoxale diarree, en verstoorde bloedvoorziening. Dit beeld leidt uiteindelijk vaak tot een langdurig krampende c.q. zeurende pijn diffuus in de onderbuik (veroorzaakt door diverticulose). Bij ontsteking van divertikels (diverticulitis) ontstaat een beeld van matige koorts, algemene malaise, anorexie en diffuse pijn. Dit beeld kan zelfs uiteindelijk tot weefsel versterving (darm-necrose) leiden.

Ileus
Volledig wegvallen van darmpassage, hetzij door verstopping (obstructie-ileus bijv bij tumor of volvulus) hetzij door verlamming (paralytische ileus).

Gynaecologie
Buikpijn onderin de buikstreek kan bij vrouwen ook veroorzaakt worden door problemen van gynaecologische aard.

Norovirus
Bij ouderen komt frequent het NOROVIRUS voor. Dit geeft de verschijnselen van een buikgriep en ontstaat binnen 16-48 uur na besmetting. De klachten verdwijnen meestal weer vanzelf na 1-4 dagen. Bij mensen met een kwetsbaar evenwicht kunnen de klachten aanzienlijk langer duren en ernstiger zijn. CAVE: uitdroging / besmettelijkheid.

Sluiten

Buikpijn kan door verschillende aandoeningen worden veroorzaakt, sommige zijn levensbedreigend vooral bij risicogroepen. Minder ernstige klachten kunnen een ernstige achtergrond hebben. Misselijkheid en braken komen veel voor. Als deze aan de buikpijn voorafgaan, is een alarmerende oorzaak minder waarschijnlijk.

  • Shockverschijnselen – zie shock
  • pijnlijke harde buik met spierverzet
  • fecaal of bloed braken
  • hevige buikpijn en aneurysma in de voorgeschiedenis
  • acute aanhoudende hevige pijn, eventueel met bewegingsdrang
  • uitstralende pijn tot boven het diafragma, schouder(blad)
  • trauma
  • bloed bij de ontlasting of teerachtige zwarte ontlasting
  • aanvalsgewijze koliekpijnen
  • aanhoudende zeurende pijn
  • cliënt met peritoneale dialyse katheter
  • obstipatie

Vragen

  1. Wat zijn de klachten? Hoe omschrijft cliënt de klachten?
  2. Wanneer zijn de klachten begonnen? (acuut/geleidelijk, na trauma?)
  3. Wat is de lokalisatie en aard van de pijn en straalt deze uit?
  4. Wat is bloeddruk, pols en temperatuur?
  5. Is cliënt misselijk of aan het braken (fecaal)?
  6. Is er sprake van bewegingsdrang (denk aan koliekpijn bij bijvoorbeeld galstenen)?
  7. Is er sprake van verkleuring huid/oogwit/slijmvliezen?
  8. Is er sprake van een harde, bolle opgezette buik (ileus, peritonitis)?
  9. Hoe is de toiletgang (urine en ontlasting). Is cliënt bekend met obstipatie of urineretentie? Heeft cliënt diarree en hoe ziet deze eruit?
  10. Heeft cliënt een verblijfskatheter, suprapubisch katheter en loopt deze goed af? Zie katheterproblemen.
  11. Is cliënt toenemend verward of onrustig?
  12. Wat is medische voorgeschiedenis en comorbiditeit van de cliënt(maagdarmziekten, aneurysma, hartproblemen)?
  13. Welke medicijnen gebruikt cliënt?
  14. Wat is het medisch beleid?

Advies

  1. Observeren en rapporteren van het klinisch beeld.
  2. Bewaken van vitale functies (RR, pols, temperatuur).
  3. Bij lichte pijnklachten onderbuik, rug, mictieklachten: urine sticken.
  4. Bij verdenking urineretentie: bladderscan bij retentie 200ml éénmalig katheteriseren door VPK⁴ of overleg arts voor eenmalige katheterisatie.
  5. Bij 300 ml retentie na uitplassen overgaan tot katheteriseren. (zie ook bij katheterproblemen)
  6. Bij braken en diarree stimuleren van kleine hoeveelheden drinken en vocht- en voedingintakelijst bijhouden.
  7. Bij verslechteren klinisch beeld arts waarschuwen.

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap