Bloedsuiker hoog - HYPERGLYCEMIE

Diabetes Mellitus

Diabetes Mellitus is een stofwisselingsziekte. Er is onvoldoende insuline in het lichaam aanwezig of het lichaam is onvoldoende gevoelig voor insuline om de glucose door de cellen als brandstof op te laten nemen. Gevolg: glucose stapelt zich op in het bloed.

Glucose wordt door de cellen gebruikt als brandstof. Bijv. spieren, die tijdens het fietsen arbeid moeten verrichten, hebben brandstof nodig. Insuline is nodig om die brandstof (glucose) de cellen binnen te krijgen. De hersenen functioneren alleen op glucose. De hersenen hebben echter geen insuline nodig om glucose op te kunnen nemen!! Je moet wel kunnen blijven functioneren! Bij niet Diabetes cliënten liggen de gemiddelde bloedsuikerwaarden tussen de 4 en de 7 mmol/l.

Glucose wordt door het lichaam gemaakt uit koolhydraten, die met de voeding binnen komen. Koolhydraten zitten bijv. in: Brood, aardappelen, macaroni, koek, limonade, vruchtensappen en snoep.

Het maakt niet uit of je als Diabetes cliënt tabletten of insuline gebruikt. De behandeling is anders, de ziekte, de verschijnselen en de complicaties zijn hetzelfde!

Afwijkende bloedglucosewaarden

Bij afwijkende bloedglucose waarden kan er sprake zijn van hypoglycaemie of hyperglycaemie.

De “Braken =bellen”-regel

Braken, bijvoorbeeld door “buikgriep”, is een alarmsignaal bij diabetescliënten. Het kan tot uitdroging leiden en stijgende bloedglucose waarden. Neem bij braken daarom direct contact op met de arts. Blijf altijd proberen regelmatig kleine hoeveelheden water, thee, bouillon etc. te laten drinken.

NB: checklist voor je gaat bellen met huisarts / specialist ouderen geneeskunde:

  • Meldt NAW gegevens van de cliënt en de behandelaar
  • Welke bloed glucose heb je gemeten en wat is het tijdstip daarvan tot de genuttigde maaltijd.
  • Klachten cliënt met name koorts en braken.
  • Hoeveel gegeten en gedronken?
  • Medicatie: tabletten, soorten insuline, hoeveel en wanneer gegeven ?

Hyperglycaemie:

Er is sprake van een te hoog bloedglucose gehalte. Dat wil zeggen boven de 15 mmol/l. Dit is vaak te herkennen aan dorst, veel plassen, kortademigheid, vermoeidheid en adem, die naar “zoete appeltjes” ruikt.

Er bevindt zich in het bloed teveel glucose. De nieren proberen dit teveel weg te werken. Hier is veel vocht voor nodig; vandaar de dorst en het veel plassen.

De hersenen geven hierbij geen specifieke signalen af omdat deze voldoende glucose op kunnen nemen. Op termijn geven hoge bloedglucose waarden schade aan o.a. hart, bloedvaten, ogen, nieren, zenuwen, pezen en gewrichten.

klik hier voor de richtlijn diabetes van Verenso (2011)

Sluiten

Er is sprake van een hyperglykemie bij een bloedsuikerwaarde > 15 mmol/l. Deze waarde kan individueel verschillen. Klachten zijn moeheid, slaperigheid, wazig zien, droge tong, vaak plassen, veel drinken, jeuk. Ademhaling ruikt naar Aceton.

  • niet of verminderd aanspreekbaar
  • verward of suf
  • bij bloedsuikerwaarde > 20 mmol en slechter reageren. Arts altijd bellen bij waarde > 25 mmol/L
  • braken
  • koorts
  • ontregeling bloedsuikers

Vragen

  1. Is cliënt aanspreekbaar?
  2. Niet aanspreekbaar: wat is de bloeddruk, pols, temperatuur en waarde van de bloedsuiker?
  3. Wél aanspreekbaar: waarom is de bloedglucose gemeten en welke waarde is er gemeten (dorst, vaak plassen, veranderd gedrag, duizelig, misselijk, hyperventilatie, acetonlucht)?
  4. Wordt de suikerziekte behandeld met tabletten of insuline?
  5. Heeft cliënt wel/niet gegeten of iets extra’s gehad en wanneer voor het laatst?
  6. Wanneer is het laatst insuline of medicatie gebruikt/gegeven?
  7. Is cliënt ziek; koorts, braken, diarree, infecties?
  8. Kan de cliënt nog slikken?
  9. Zijn er door de arts afspraken gemaakt met betrekking tot de behandeling van hyperglycemieën?

Advies

  1. Evaluatie voeding- en leefgewoonten bij diabetes mellitus.
  2. Aanpassen antidiabeticum of insulinevoorschrift bij recent starten van deze medicatie of van medicatie die bloedsuikers beïnvloeden (Prednisolon).
  3. Bij bloedsuikerglucose tussen 15 en 20 mmol en geen bijspuitschema; veel water later drinken en bloedsuikercontrole na 1 uur. Indien dan nog >20 mmol overleg met arts.
  4. Bij bloedsuikerglucose tussen 15 en 20 mmol en wel een bijspuitschema; dit hanteren en controles volgens afspraak.
  5. Bloedsuiker > 25: altijd overleg arts

Controleer bij sterk afwijkende waarden en/of twijfel! Er kan veel fout gaan bij een bloedglucose bepaling
Toevoeging:

  • Is het teststripje niet over de datum?
  • Is het bloedsuikerapparaat geijkt?
  • Zijn de handen gewassen voordat er bloedsuiker geprikt is?

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap