Bewustzijnsverlies - Wegraking

Collaps (syncope)
Dit is een tijdelijk, gedeeltelijk (=flauwte) of totaal bewustzijnsverlies als gevolg van een verminderde toevoer van bloed, resp. zuurstof en voedingsstoffen naar de hersenen

Orthostatische collaps
Ontstaat bij plotseling of snel opstaan; dit komt vaak voor bij ouderen doordat de bloeddruk stabiliserende reflexen verminderd werken; met name ook als bijwerking van medicatie, vooral bloeddrukverlagende medicatie

Shock
wordt gedefinieerd als een verandering van circulatie die leidt tot hypoxie op weefselniveau of levensbedreigende toestand waarin te weinig bloed met zuurstof naar de organen wordt vervoerd, doordat te weinig bloed in de slagaderen aanwezig is, de functie van het hart tekortschiet of door verwijding van belangrijke bloedvaten in het lichaam. Soorten shock:

  • hypovolemische shock (bijv. verbloeding)
  • cardiogene shock (bijv. na myocardinfarct)
  • obstructieve shock (bijv. grote longembolie)
  • distributieve shock (bijv. septische shock)

Het lichaam tracht het gebrek aan zuurstof te compenseren door enkele correctiemechanismen. Het hart pompt het bloed sneller rond (hartfrequentie), de ademhaling versnelt en de minder belangrijke organen zoals de huid krijgen minder bloed (bleek zien). Het lichaam reageert op het probleem en het slachtoffer wordt rusteloos en angstig. Bij een shock nooit iets te eten en drinken geven i.v.m. aspiratierisico. Anafylactische shock ontstaat door massale bloedvatverwijding tgv overgevoeligheid/allergie voor bepaalde stoffen (medicijnen, insectenbeten, voedingsstoffen)

Epilepsie
Epilepsie is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij regelmatig aanvallen optreden van veranderingen in de elektrische activiteit in de hersenen. Door het afgeven van elektrische impulsen communiceren hersencellen met elkaar. Bij een epilepsieaanval worden sommige hersencellen overactief en gaan in het wilde weg elektrische signalen afgeven. Deze ontstaan meestal doordat er een beschadiging is geweest, bijv. CVA (infarct of bloeding) of trauma, soms door intoxicatie met bepaalde stoffen, met name medicijnen (neuroleptica, antidepressiva). Aanvallen verschillen van persoon tot persoon. Epilepsie kan zich op vele manieren uiten, meest bekend zijn de gegeneraliseerde tonisch/clonische insulten met trekkingen van alle ledematen.
Partiële epilepsie uit zich door trekkingen van enkele spiergroepen. Soms zie je alleen absences, waarbij de cliënt even (enkele seconden tot soms enkele minuten “afwezig” is zonder flauwvallen of trekkingen; kenmerkend is dat de cliënt zich van deze periode niets kan herinneren (“black out”).
Om verdere schade aan hersenen (en lichaam)te voorkomen wordt een cliënt ingesteld op anti-epileptica. Vaak wordt bij hevige aanvallen diazepam/valium voorgeschreven (veelal in de vorm van stesolid = valium rectiole).

Hypoglycaemie
Bewustzijnsverlies kan optreden door een te laag glucosegehalte (glucose < 3,5 mmol)

Hyperglycaemie
Hyperglycaemisch coma door te lang een te hoog glucosegehalte
(>20mmol) door b.v. een onbehandelde infectie.

CVA
CVA: acute verstoring van de cerebrale circulatie, gepaard met neurologische uitvalsverschijnselen. Cerebrovasculaire accidenten worden grofweg ingedeeld in bloedige CVA's (hersenbloedingen) en niet-bloedige CVA's (herseninfarcten).
Ischemische beroertes of CVA's ontstaan als een bloedvat verstopt raakt. De oorzaak van de blokkade is meestal een klonter of stolsel. De klonter kan in de bloedvaten van de hersenen ontstaan of in bloedvaten die bloed van het hart naar de hersenen brengen. Dit type beroerte wordt een hersentrombose genoemd. Deze klonters ontstaan typisch op plaatsen waar aderverkalking of atherosclerose de bloedvaten beschadigd heeft.

Hersenbloedingen ontstaan wanneer een bloedvat in of rond de hersenen openbarst. Als dit gebeurt krijgen de hersencellen ook geen voedingsstoffen en zuurstof meer en sterven geleidelijk af. Het bloed dat uit het bloedvat vloeit duwt het normale hersenweefsel weg.

2 soorten bloeding:

1.Subduraal haematoom: een bloeding (hematoomvorming) tussen het spinnenwebvlies en het harde hersenvlies. Oorzaken: De bloeding bij een subduraal hematoom kan acuut ontstaan door ernstig hersenletsel, bijvoorbeeld door een ongeluk. Hierbij ontstaat er ernstige kneuzing van de hersenen en scheurt de ader. De bloeding kan echter ook langzaam ontstaan. Dit gebeurt meestal bij oudere mensen waarbij door de leeftijd de hersenen vaak al wat gekrompen zijn.
De ruimte tussen het harde hersenvlies en hersenoppervlak is hierdoor groter waardoor de bloedvaten tamelijk gestrekt lopen om deze ruimte te overbruggen. Een kleine schok, zoals het stoten van het hoofd, kan dan al een bloeding veroorzaken. Verder hebben mensen met stollingsstoornissen of vaatafwijkingen een groter risico op een subduraal hematoom.

Verschijnselen: hoofdpijn, misselijkheid (soms met braken), verlamming aan een arm of been, spraakproblemen, epileptische aanvallen met schokken van armen en benen, achteruitgang van geestelijke vermogens (verwardheid, vergeetachtigheid, gedragsveranderingen), incontinentie, slaperigheid en/of suf worden, bewusteloosheid. De verschijnselen van deze langzaam verlopende bloeding zijn soms pas na dagen of weken waarneembaar.

2.Subarachnoïdale bloeding:
Een bloeding rond of in de hersenen onder het spinnenwebvlies (arachnidea). Subarachnoidale bloedingen worden vaak veroorzaakt door het openbreken van een aneurysma, een abnormale uitstulping van een bloedvat. Deze abnormale uitstulping ontstaat op een zwakke plek in een hersenbloedvat. Uiteindelijk kan dit aneurysma openbarsten en een hersenbloeding veroorzaken.
De verschijnselen zijn een zeer plotseling optredende heftige en aanhoudende hoofdpijn en nekpijn. Veel cliënten beschrijven een ‘knapje’ of slag in de nek. Als de bloeding zeer ernstig is, kan er beschadiging van hersenfuncties optreden met bewustzijnsverlies of coma.

TIA
TIA: (TransientIschaemic Attack): 20 tot 40% van alle beroertes wordt voorafgegaan door kortdurende verschijnselen: TIA. Dit is een voorbijgaande aanval (binnen 24 uur zijn de verschijnselen verdwenen) door belemmering in de bloedtoevoer. Deze voorboden kunnen zich soms meerdere malen herhalen voordat een beroerte ontstaat. Een TIA valt niet onder CVA.

Stuporeus
De cliënt reageert niet meer op prikkels. Sterke vermindering of totale opheffing van de geestelijke functies gepaard gaande met onbeweeglijkheid van het lichaam, kan optreden na hevige emoties, kan een uiting zijn van een depressie, of van een andere functionele psychiatrische stoornis. Het kan ook het gevolg zijn van een hersenaandoening of een stil delier.

Hartritmestoornissen
Bij een ritmestoornis slaat het hart te snel (tachycardie), of te langzaam (bradycardie), of onregelmatig. Hierdoor kan bewustzijnsverlies optreden.

Vaso-vagale collaps
is de meest voorkomende vorm van flauwvallen. Het tijdelijk en omkeerbaar bewustzijnsverlies (syncope) wordt uitgelokt door een vasculaire stimulatie door de hersenzenuw. Het betreft dus voornamelijk een plotse vagale stimulatie die een onvoldoende doorbloeding uitlokt. Deze vasculaire stimulus kan op haar beurt veroorzaakt worden door een scala van factoren die alle leiden tot hetzelfde beeld van flauwvallen. De Vaso-vagale syncope kan dus veroorzaakt worden door vele aandoeningen of factoren.

Sluiten

Tijdelijk, gedeeltelijk (flauwte) of totaal bewustzijnsverlies. Verschijnselen (o.a.): Duizeligheid, hartkloppingen (met name bij hartaandoeningen), transpireren, bleek zien, bloeddrukdaling, bewustzijnsvermindering of -verlies, (om)vallen met als mogelijke gevolgen verwondingen en/of botbreuken, (eenzijdige) verlammingsverschijnselen, scheefzakken, spraakstoornis in het vormen van woorden.

  • indien collaps letsel heeft veroorzaakt waarvoor acute behandeling van arts nodig is
  • bij afwijkende controles en oorzaak collaps medische behandeling behoeft
  • bij het buiten bewustzijn blijven van cliënt (10 minuten)
  • indien cliënt bekend is met TIA’s overleggen met de arts
  • indien cliënt bekend is met TIA’s overleggen met de arts
  • ter behandeling van mogelijk oorzaak collaps

Vragen

  1. Is/zijn één of meerdere oorzaken van toepassing op cliënt?
  2. Is er sprake van een ongeval en letsel en zo ja, hoe ernstig? Bloedverlies? Verdenking fractuur?
  3. Hoe lang duurt de bewusteloosheid?
  4. Is cliënt op dit moment weer aanspreekbaar?
  5. Hoe is de bloeddruk, pols, ademhaling en temperatuur en wat zijn de normaalwaarden voor cliënt?
  6. Is er sprake van krachtsverlies in de armen/benen of een scheefstand gelaat?
  7. Is er een spraakstoornis?
  8. Is cliënt bekend met epilepsie, zo ja, zijn er trekkingen gezien en sinds hoelang? Tongbeet of incontinentie?
  9. Waren er voorafgaand klachten zoals pijn op de borst, hartkloppingen?
  10. Wat is de comorbiditeit van de cliënt (met name diabetes mellitus, myocard infarct, hartritmestoornissen, TIA, CVA , hyperventilatie)?
  11. Wat is het afgesproken beleid?
  12. Bij diabetes mellitus; wat is de bloedsuikerwaarde?
  13. Welke medicatie gebruikt cliënt en zijn er recent wijzigingen geweest?
  14. Is cliënt bekend met allergieën?

Advies

  1. Licht altijd de arts in.
  2. Leg cliënt in goede houding eventueel. in stabiele zijligging of in Trendelenburg bij terugkerend bewustzijn; hoofd lager dan de rest van het lichaam, of met de benen omhoog.
  3. Let op ademwegobstructie (gebitsprothese verwijderen) pas op voor tongbeet bij epilepsie!
  4. Laat cliënt niet alleen en controleer pols/bloeddruk en ademhaling.
  5. Bij herstel van bewustzijn niet direct laten drinken in verband met verslikkingsgevaar.
  6. Controle en behandeling van hypo/hyperglykemie.
  7. Behandeling van epileptisch insult.
  8. Behandeling van eventueel letsel bijvoorbeeld verdenking fractuur of schedelletsel.
  9. Indien val op hoofd en gebruik bloedverdunners wekadvies hanteren
  10. Bij cliënt die bekend is met hyperventilatie rustig toespreken.
  11. Zorgvuldig verloop en tijdsduur rapporteren.

Achtergrondinformatie

© 2020 Archipel Zorggroep (Verpleegkundige Triage) - Forever happy online with a GraagGoedOnline.nl cloud website or webshop - Sitemap